Sector

  • Vwo bovenbouw

Vakgebied

  • Wiskunde A

Leerplankundig thema

  • Schoolexamen
  • Handreiking

Aanleiding tot het schrijven van de (vernieuwde) handreiking

22-6-2015

In het kader van de vernieuwing van het onderwijs in de vijf bètavakken (natuur, leven en technologie, natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde) heeft het ministerie van OCW in november 2006 aan de commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs cTWO de opdracht gegeven tot het ontwerpen en beproeven van vernieuwde wiskundeprogramma's voor havo en vwo. Zie het eindrapport Denken & Doen van cTWO.

In dit eindrapport wordt het programma wiskunde A vwo als volgt gekarakteriseerd:

  • De doelgroep van wiskunde A vwo wordt gevormd door leerlingen die het profiel E&M of N&G volgen en leerlingen in het profiel C&M die wiskunde A kiezen in plaats van wiskunde C.
  • Wiskunde A vwo bereidt met name voor op universitaire vervolgopleidingen in de sectoren economie, gezondheidszorg en landbouw & natuurlijke omgeving, enerzijds door onderwerpen die bij de vervolgopleiding van toepassing zijn (bijvoorbeeld standaardfuncties en statistiek en de bijbehorende algebraïsche vaardigheden), anderzijds door aandacht te geven aan redeneren, argumenteren en leren kritische vragen te stellen, in het bijzonder het stimuleren van een onderzoekende houding.
  • Daarnaast heeft dit vak een algemeen vormende waarde doordat het leerlingen voorbereidt op de (informatie)maatschappij en hen leert in verschillende situaties wiskundige aspecten te herkennen, te interpreteren en te gebruiken.
  • Binnen wiskunde A vwo is veel aandacht voor toepassingen. Van deze groep leerlingen wordt verwacht dat zij inzicht hebben in het belang van de wiskunde in de maatschappij en dat zij de mogelijkheden van wiskundige toepassingen op hun waarde kunnen schatten. De wiskundige concepten worden opgebouwd vanuit concrete toepassingen in onder meer de economie, de sociale wetenschappen en de biologie. De nadruk ligt zowel op het zelfstandig toepassen en oefenen van wiskundige technieken als op het volgen van complexere wiskundige redeneringen.
  • Door steeds naar nieuwe toepassingen te zoeken kan de 'blik naar buiten' worden gerealiseerd. Ook in domein F (Keuzeonderwerpen) kan door middel van bijvoorbeeld Zebraboekjes de blik naar buiten gestalte worden gegeven.
  • Een belangrijke accentverschuiving betreft de grotere aandacht voor algebraïsche vaardigheden. De in de onderbouw aangebrachte vaardigheden dienen in de tweede fase uitgebouwd en onderhouden te worden.
  • Het ICT-gebruik mag de handvaardige beheersing van algebraïsche technieken niet in de weg te staan. ICT-gebruik wordt nodig geacht in die situaties waarin het rekenwerk niet meer in redelijke tijd met de hand gedaan kan worden.
  • De onderwerpen statistiek en kansrekening (domein E) worden op een meer realistische en probleemgeoriënteerde manier benaderd dan voorheen. Uitgangspunt is de empirische cyclus van data verzamelen, data analyseren en conclusies trekken. ICT wordt gebruikt om grote datasets te analyseren.

In de syllabus bij het examenprogramma wiskunde A vwo wordt dit nader toegelicht:

  • Inhoudelijk ligt de nadruk op het analyseren van verbanden tussen grootheden in een toegepaste probleemsituatie, inclusief het gebruik van differentiaalrekening, en op statistiek en kansrekening.
  • Leerlingen leren de mogelijkheden en de beperkingen van wiskundige toepassingen op waarde te schatten.
  • Het programma besteedt vooral aandacht aan het toepassen van wiskundige vaardigheden in authentieke situaties passend bij de profielen E&M en N&G, of aan het dagelijks leven, namelijk modelleren en algebraïseren, ordenen en structureren, analytisch denken en probleemoplossen, formules manipuleren, abstraheren, en logisch redeneren, alsmede voor het functioneel gebruiken van ICT daarbij. Hiermee wordt de kern van de vernieuwing weergegeven.

Deze handreiking besteedt niet alleen aandacht aan de (sub)domeinen die tot het schoolexamen behoren, maar ook aan vernieuwingen die ten grondslag liggen aan het nieuwe programma.